ontbijt bij de kerstboom
10 januari 2023 - Boudenib, Marokko
ontbijt bij de kerstboom
Als we op zaterdag om half vijf onder een Hawaii-achtig afdak zitten vieren we ons dagelijkse ‘Happy Hour’. Nu in plaats van Berber-whisky (= thee) met wijn en bier dat speciaal uit Er-Rachidia is gehaald. Een motorrijder komt bij ons zitten. Roger is een Portugees, die gewerkt heeft in Portugal, Frankrijk, Duitsland, Italië en nu in Zwitserland woont. Hij is een off-road rijder met een middelzware motor. Hij heeft er drie, maar deze is voor de off-road. De andere zijn te zwaar of te licht. Vandaag heeft hij een lang parcours achter de rug samen met een Franse makker. Roger is zeer spraakzaam. Hij spreekt zes talen en laat dat duidelijk merken als er getelefoneerd wordt over het parcours van de volgende dag. Zijn vrouw is in Zwitserland, die gaat pas na haar pensioen een wereldtour met hem maken. Hij begint een rondtoer langs de hele Afrikaanse kust. Dat gaat hij tot aan zijn pensioen in zes jaar doen. Daarna rijdt hij alleen naar Japan, zijn vrouw ziet die lange tocht door de landen niet zitten. Hij verkoopt zijn motor in Japan, vliegt naar Australië waar zijn vrouw ook heen komt. Daar wordt een dubbelzitter heen getransporteerd. Dan maken ze in twee jaar een tour rond de wereld. Morgen gaan hij met zijn makker naar Merzouga, vlak langs de Algerijnse grens met veel grenspatrouilles en controles. Ondernemend en niet bang. En genoeg Zwitserse Franken op de bank om het allemaal te kunnen doen.
Een grote stofwolk ontstaat op het binnenterrein. Een groep van zes 4x4’s komt het terrein op. Een groep Belgen en Nederlanders hebben bivak in de lemen hutten. Dit blijkt het verdienmodel van François te zijn: accommodatie voor off-road rijders. In het restaurant komen meer tafels, er is vanavond diner voor de hele groep. De motorrijders komen bij ons aan tafel. De houtkachel brandt, bier en wijn zijn op voorraad. Het is gezellig. De voertaal van de groep is Frans, de coach spreekt Nederlands en een zoon is met zijn vader een Nederlands sprekende deelnemer uit België. Twee dagen voor ze vertrokken hebben ze een Toyota 4x4 gekocht in Valkenswaard. Er was geen tijd om het kenteken over te zetten naar België. Een uitdaging dus. De groep kan niet verder trekken want eerst moet de ‘achterbrug’ van een deelnemer worden gerepareerd. Het gezelschap is voornamelijk mannen, maar bij twee equipes reizen de vrouwen mee. De coach kent de Nederlandse Parijs-Dakar rijders allemaal. Hij heeft in Hardenberg en IJmuiden trainingen gegeven aan rallyrijders. François blijkt ook een fervent rallyrijder te zijn geweest en zo is de camping nu het middelpunt voor veel off-roaders.
Om 12 uur, middernacht !, gaat Wims telefoon. ‘Bonjour mon ami’. Wim heeft geen idee wie hij aan de lijn heeft. De verbinding wordt verbroken. Er wordt opnieuw gebeld: ‘wij hadden contact, je auto was ‘en panne’ en madame was aardig’. Het nummer wordt niet herkend als contact. De volgende morgen zoekt Wim uit of het nummer te herleiden is. Het blijkt een nummer uit Mauritanië. Dan kan het alleen maar Abdoulah uit Park Diawling zijn op de grens met Senegal. (lees: reislogverhaal uit 2020). Hij heeft kennelijk via whatsapp gebeld. Wim appt hem. Ja, hij was het en verontschuldigt zich. Hij heeft geen idee waar Boudnib en Merzouga liggen. Is dat Mauritanië? De mensen in Park Diawling zouden ons weer graag zien. Wim laat hem de hartelijke groeten aan de mensen overbrengen. Hij stuurt een foto van de plaats waar we stonden. Het is nu een groene vlakte. Het heeft dus goed geregend in dat gebied. Wim zegt dat we helaas pas weer over reizen naar Mauritanië denken als we een 4x4 auto hebben.
Wij gaan zondag 8 januari proberen een fort in de bergen te bezoeken. Aanvankelijk gebouwd als verdedigings- en controlepost om de regio te kunnen overzien. Het blijkt tussen 1920 en 1942 een vroegere gevangenis geweest te zijn uit de tijd van de Frans belegering. In die tijd werden Marokkaanse en Spaanse republikeinen (die tegen de Franse bezetting waren, want het was eerder deels Spaans grondgebied) en Joden vervolgd en onder erbarmelijke omstandigheden te werk gesteld. Ook in Bouarfa was zo’n groot gevangenenkamp waar 800 mensen om politieke of geloofsreden werden opgesloten. Er is bar weinig over deze ‘zwarte bladzijde’ te vinden. De weg naar het fort zou begaanbaar zijn. Dat blijkt niet te kloppen. Grote gaten van meer dan 20 centimeter diep maken het voor onze auto onmogelijk. François verklaart het eenvoudig: dan zijn er sinds de laatste keer grote camions (vrachtwagens) over de piste gegaan.
We zien op de weg erheen grote bedrijvigheid. De Marokkaanse koning heeft bepaald dat Marokko onafhankelijk moet zijn voor dadels en de bio-industrie. Grote stukken woestijn worden ‘ontsteend’ en een indrukwekkend bevloeiingssysteem wordt aangelegd. Ondanks de droge woestijn zit er op veel plaatsen voldoende water in de bodem. Grote buizen, waterputten, omheining, poorten als ingang van het nieuwe terrein zien we in de dorre vlakte verrijzen. Kleinere plantages herken je aan de kleinere poort. Dadel- en kruidenplantages zullen hier over een paar jaar produceren. De nieuw aangelegde velden beslaan vele hectares. Toepasselijk krijgt zo’n grote plantage de naam: Domaine Arômes du Desert. Het is de naam van een grote Marokkaanse maatschappij die gespecialiseerd is in de productie en handel van kruiden en medicijnen op biologisch basis. De welvaart straalt ervan af.
In het dorp gaan we naar de souk, de zondagse markt voor groenten, kleren en van alles wat je maar wilt aanbieden. Het is een gezellige drukte. We drinken op een terras een café au lait en bezoeken de oude ksar (= ommuurde stad). François heeft verteld dat de regering de ksar wil renoveren, maar het blijft bij een plan. Dat kunnen we ook vaststellen. De gebouwen zijn verwaarloosd, leeg, vies en worden uitsluitend door dieren ‘bewoond’. Het blijft bijzonder om te zien hoe men vroeger in gezamenlijke ruimten leefde. Op zaterdag waren we ook al naar de stad geweest. We kregen van zo’n docker een lift. Achterin op het bakje.
De brommer met achterwielaandrijving en laadbak is populair. In Marokko is de docker de ‘vrachtauto’ voor de gewone Marokkaan. Aan de rand van de stad staan grote vrachtwagens vol gepakt. Overbeladen zouden ze in Nederland zeggen.
We proberen foto’s te maken van het straatbeeld. Fietsen in alle variaties, brommers dito, ezels, paard en wagen, handkarren, dockers; het rijdt allemaal met als doel de souk. De straten van de stad zijn eentonig en rechtlijnig van opbouw. Oudere huizen zijn uit leem opgetrokken, de nieuwere uit baksteen. Het wordt vervolgens meestal niet afgewerkt.
De mensen zijn vriendelijk, niet opdringerig. Fotograferen is lastig want je wilt niet te close-up komen. De meeste vrouwen dragen een sjaal of hoofddoek. Volledig gesluierd komt weinig voor.
We lopen terug naar de auto. Wim neemt foto’s en Liesbeth draagt een 5 liter fles water en groente. Een Marokkaan spreekt Wim aan. “Een Marokkaanse man laat zijn vrouw dat niet dragen”, zegt hij met een glimlach. Tsja, het antwoord dat Liesbeth ervoor kiest het te dragen, maakt geen indruk.
Als we op de camping terugkomen is de kapotte achterbrug gerepareerd. Wij besluiten morgen, maandag, door te trekken. In ieder geval in de richting van Merzouga, maar ook halverwege lijkt een leuke tussenstop te maken. ’s Morgens is om half negen ontbijt met de hele groep. François en zijn partner Kadhija hebben er werk van gemaakt. Een ‘lopend buffet’ bij een kerstboom. We krijgen het advies in ieder geval naar Cité d’ Orion te gaan. Een stad waar een Franse architect het sterrenbeeld Orion heeft uitgebeeld. “Betaal niets aan ‘wachters’ die stenen op de weg leggen om 50 Dirham te krijgen voor de toegang”. We knopen het goed in de oren.








































Heerlijke foto's! En wat een weer..!