In de put
25 januari 2025 - Tamegroute, Marokko
Wie de route Zagora - Mhamid heeft gereden kan het niet ontgaan zijn dat in Tamegroute een grote partij groen aardewerk wordt aangeboden. Je vindt het verder bijna niet in die aantallen. Het varieert van kleine gebruiksvoorwerpen tot grote amfora’s, tafelbladen, grote schalen. Op de terugweg naar Zagora besluiten wij te stoppen. ‘We kunnen gelukkig geen grote vazen meenemen’, verzekeren we elkaar. We vinden ze wel prachtig.
We stappen een bijzondere wereld binnen. We zijn in één van de vele ‘magasin’ die vol staan met aardewerk. Als we het ene lokaal gezien hebben volgen er nog 6, allemaal tot aan de nok gevuld. Dit wordt toch nooit allemaal verkocht, denken we. Mohammed heet ons welkom. Nee we hoeven niks te kopen. Begrijpend: ‘Jullie komen uit Holland’. Hij laat ons alle ruimten zien. We kijken onze ogen uit.
Tamegroute staat bekend om de bijzondere groene kleur van het glazuur dat ze kunnen aanbrengen op het aardewerk. Naast de gebruikelijke gebruiksvoorwerpen (borden, schalen, kopjes, mokken) zijn er meer kunstzinnig versierde ontwerpen. Naast groen kent Tamegroute ook de kleur bruin/oker, dan is er geen mangaan toegevoegd. Maar handelsmerk is het Tamegroute groen. Er staan partijen kartonnen dozen klaar voor de export.
Mohammed vraagt of we willen zien hoe het pottenbakken hier in zijn werk gaat. Hij loopt met ons door de smalle gangen van het oude deel van Tamegroute naar één van zeven ‘poteries’. Deze poterie wordt beheerd door 7 families; in totaal zijn er nog 35 families actief met het bakken van groen aardewerk. Het speciale ambacht is ongeveer in de 16e eeuw ontstaan. Een rijke handelaar uit Fez zou het bij toeval hebben ontdekt. De karakteristieke kleur groen komt door het gebruik van mangaan, koper, silicium, meel en argile (klei) uit dit gebied. De precieze mix is een geheim van de zeven ovens, zegt Mohammed. Men heeft geprobeerd het na te maken maar dat is niet gelukt. Ook gasgestookte ovens kregen geen goede resultaten.
We komen bij het binnenterrein van één van de grote ovens. Het is onvoorstelbaar hoe er wordt gewerkt. Het is puur handen- en voetenwerk. Het mengsel wordt een nacht in een grote ketel met water geweekt, tot een ‘soepbrei’ geroerd en daarna uitgesmeerd op de grond. Dat plakkaat droogt en watert uit in de open lucht. Een nog vochtige plak wordt opgerold en een medewerker gaat het met voeten ‘treden en kneden’ tot het een compacte massa is. Het meel is bindmiddel.
In een afgesloten donkere ruimte in één van de lemen bouwsels wordt op een kleine draaischijf een kommetje gedraaid. Er zijn er al een aantal klaar. De man staat tot zijn middel in een diep gat. De kleine schijf bedient hij onzichtbaar. Op deze manier worden de voorwerpen gedraaid. Alle draaiers staan op dezelfde manier tot hun middel in de rotsbodem. Water om de klei te kunnen boetseren staat opzij.
De kommetjes die gedraaid zijn staan in de felle zon te drogen. Een jongen zit de al droge kommetjes te controleren op foutjes. Hij gaat er vlug met zijn vinger langs. Er staan er nog veel te wachten op zijn fingerspitzengefühl. Ze worden daarna voorzien van de kleurlaag die het kenmerkend glazuur oplevert. Zwart mangaan wordt na bakken groen. Een groot aantal is al grijszwart en ‘bakklaar’.
We steken het droogterrein over. Een jongetje komt op ons af. ‘Monsieur chameau?’; de kameel is van restanten klei gemaakt.
We gaan er niet op in en komen in een dieper gelegen kuil waar langs de rand gaten in de stenen wand zijn. Dit zijn de ovens, vertelt Mohammed. Op dit moment worden vier ovens uitgepakt. De baksels waren bovenop elkaar gestapeld en van elkaar gescheiden met keramieken driepoten. De punten daarvan kunnen sporen nalaten. De oven wordt ’s nachts gestookt. Dat proces duurt ongeveer 5 uur. Om de juiste temperatuur te krijgen is aan de onderkant een grote luchtsluis, die nu met klei is afgedekt om de oven te kunnen uitpakken en vullen.
We zien dat er veel misbaksels zijn. Overal liggen restanten en scherven. De mannen die aan het werk zijn hebben allemaal een donkere huid teint. We vragen ernaar. De levensles van Mohammed: donkere huid kan beter tegen de grondstoffen waarmee gewerkt wordt. ‘Blanke huid wordt vuurrood, als een tomaat.’ Oh…….. We doen er het zwijgen toe. We denken dat het werk ook slecht wordt betaald. .
Na de poterie gaan we naar één van de 9 kasbah’s. Deze is deels ondergronds. Als we bij de ‘heilige oued’ Draa (rivier) komen laat Mohammed zien dat vorig jaar september na de hevige regenval het water hier tot twee meter hoog stond. Nu is alles weer kurkdroog. Een aantal lemen bouwsels zijn niet meer bewoonbaar. De waterlijn is nog zichtbaar.
De ondergrondse gangen van de kasbah zijn watervrij gebleven. We lopen door smalle gangen, als door een doolhof. Iedere vier meter is er een groot gat in het plafond tussen de gebouwen die nog steeds worden bewoond. Dat gat zorgt voor licht en ventilatie. In één van de ruimtes bakt een berbervrouw brood op houtvuur en stenen. In één gang was het vele regenwater langs de lemen muren gelopen. De leem was zacht geworden en de muren moesten worden gestut. Ze staan ongeveer 30cm uit het lood. Een tekening van de kasbah versiert een deur.
Volgens Mohammed is deze kasbah de oudste. Om het duidelijk te maken schrijft Mohammed het getal 2975 in het zand. Wim vraagt het nog een keer. ‘Ja, de amazir waren hier toen’. En 1446 jaar geleden waren hier de Grieken. Ook dat getal wordt als bewijs gegraveerd in zand. In de geschiedenis van Tamegroute vinden we niets terug van dit oeroude bestaan. Maar ja: het staat in zand geschreven. Dus gaat Wim op zoek.
Het getal 2975 verwijst naar de amazir jaartelling. De Egyptische Farao Shisonq begon toen de agrarische jaartelling. Op 13 januari wordt ieder jaar hoog in de Atlas bergen en in de agrarische dorpen het nieuw jaar gevierd met ontstoken vuren om de ‘lange nachten’ te verdrijven. We denken automatisch aan de van origine kleine paasvuren bij ons op het platteland. Shisonq was heerser over een groot gebied. Hij staat in de Hebreeuwse Bijbel als Sisak in het boek 2 Kronieken omdat hij o.a. de schatten uit de tempel van Salomo roofde.
We worden aangesproken door een meisje die graag twee 50 eurocent wil wisselen. Wim geeft haar 10 Dirham. Mohammed reageert afkeurend: straks staan er veel meer want ze geven het door met hun mobieltjes. Wim is niet onder de indruk en het zal niet gebeuren. Terug bij de poterie krijgen we thee aangeboden. We vinden twee kleine groene schaaltjes. ‘Een grote groene schaal of kan ik goed inpakken en dan past hij in jullie auto.’ Een groot rond mooi groen ingelegd tafelblad is geen probleem..
We slaan het allemaal af. Mohammed is een goed verteller en heeft alles uitstekend uitgelegd. Bij de theeceremonie komen bij het tweede kopje de bekende vragen over kinderen, familie, gezin. Mohammed vertelt dat hij laat is getrouwd en met zijn vrouw maar één kind wilde. Wij zeggen er vier te hebben en 8 kleinkinderen. Hij lacht en slaat op zijn knieën. Dan volgen enkele levenslessen. Veel vrouwen hier zijn analfabeet en krijgen ieder jaar een kind ‘tot ze een voetbalelftal hebben’. Dan is er geen geld voor een goede toekomst, want hier wordt weinig verdiend. Eén kind kun je een goede toekomst geven. En als slot van het pleidooi: ‘een vrouw met maar één kind behoudt haar vorm’. Mohammed maakt daarbij een groot gebaar voor zijn eigen buik. Tsja……
We nemen afscheid. Hij wil graag zijn telefoonnummer geven zodat we hem kunnen bellen als we weer hier zijn. Eind goed al goed met twee doosjes paracetamol ‘voor een ziek familielid’.
























Het verhaal van de bril van Isabelle heb ik verteld aan de deelnemers van mijn taalcafé en de foto's laten ziwn. Ze vonden het prachtig!
Maar ook bijzonder en eigenlijk treurig dat er zoveel beschadigde spullen uit de ovens komen. Heel veel werk dus voor een beetje resultaat.