Goed op weg maar nog lang niet af
11 februari 2025 - Taroudant, Marokko
Vorig jaar waren we in Amguernis, één van de verwoeste bergdorpen door de aardbeving van 8 september 2023. Het moment waarop voor veel mensen in deze regio hun wereld instortte. Samen met Fatima gaan we kijken hoe het ervoor staat. Fatima verloor een deel van haar familie en het ouderlijk huis werd volledig verwoest, samen met de huizen van ongeveer 20 families. Fatima studeerde vorig jaar nog, heeft inmiddels een baan in het onderwijs en wilde op haar vrije zaterdag graag met ons naar ‘haar’ dorp. Het is een jaar geleden dat zij er (ook) voor het laatst kwam. We horen dat de jongste broer Mohmed (17) in het dorp is als ‘bewaarder’ van het bezit, wat niet veel meer is dan een ruïne.
We kennen de route er naar toe. We starten op het plateau van Taroudant en komen vrij snel in het eerste dorp waar we nog veel sporen van de aardbeving zien. Tenten en hutten staan er nog, maar er wordt ook op veel plekken gewerkt. Het bouwwerk dat verwoest is, is afgesloten met zwart plastic. Daarachter wordt geleefd èn gebouwd. Vraag niet hoe, maar men is actief. Grote hopen zand, kiezel, cement en steenblokken liggen en staan overal langs de weg. Bij een dorp is men bezig cement te maken om een vloer te storten. De weg is versperd. In de bak van een shovel zetten 3 mannen met spaden alles om tot cement. Geen betonmolen, geen mixer, maar pure handkracht. Het is dan rustig wachten tot de cement ‘goed’ is en de shovel plaats maakt voor het verkeer.
Na de eerste 15 kilometer verlaten we de asfaltweg. Direct komen we op de bekende pisteroute. Zand, stof, steile hellingen, scherpe bochten. We gaan van ongeveer 1000m hoogte naar 1830m via een tweetal pasovergangen, met daarbij horende stijgende en dalende haarspeldbochten. Het landschap is betoverend mooi. Maar de sporen van de aardbeving zijn nog overal. Op de wegen grote blokken rots en puin, kapotte of helemaal geen vangrail. Maar er is veel gebeurd: op veel plaatsen is de vangrail vernieuwd of is er een gemetselde balustrade. Alles is zodanig weggeschoven dat de weg berijdbaar is. Naarmate we verder komen wordt de weg minder en smaller. Uiteindelijk komen we op de smalle piste naar Amguernis, waar men elkaar niet kan passeren. Naar het kleine dorp is weinig verkeer, dus de kans is gering dat de weg op de ‘verbeterlijst’ van het Ministerie van Infrastructuur komt.
Fatima zit voorin, wijst de weg en maakt ontelbare foto’s. We kunnen met onze goudenkoets alle hellingen goed ‘nemen’. We komen op de smalle weg naar Amguernis waar we vorig jaar niet verder kwamen. Het losse grit is minder dus Wim rijdt verder door. Als we op ongeveer 500m van het dorp zijn hebben trucks die bouwstoffen brengen in een scherpe bocht de hardere laag losgereden. Dit blijkt fataal voor onze Toyota. Na een viertal pogingen parkeren we de auto in de bocht op een uitstekende richel, zodat de trucks nog kunnen passeren.
We nemen onze voorraad appels, sinaasappels, paprika, courgettes, tomaten en de door Liesbeth gemaakte ananas-, tonijn-, banaan-, appel-, rijst- en maissalade mee. Mohmed komt ons tegemoet. Bij het dorp zijn we verbaasd over de bouwactiviteit. Dit hadden we eerlijk gezegd niet verwacht. Bij eerste bouwplaats wordt een nieuw huis voor de familie gebouwd. We zien de verschillende stadia voor de opbouw van aardbevingbestendige woningen. Het is indrukwekkend om te zien hoe op deze afgelegen plek de bouwmaterialen (steen, staal, cement, zand, kiezel) zijn gebracht en worden verwerkt. Het laatste allemaal met handkracht.
Fatima vertelt dat van de 20 families voornamelijk mannen hier actief zijn. Er is tegen geringe betaling (100 Dirham) hulp van buitenaf. Het bedrag van de ‘koning’ (zeggen de mensen hier) (140.000 Dirham) wordt goed besteed, maar is niet voldoende voor een degelijke woning. Een paar families zijn hier volledig aanwezig. Heel anders dan de vorige keer, toen er sprake was van samenwerking en gedeelde rampspoed, werkt nu iedereen voornamelijk voor zichzelf aan de herbouw of simpelweg het overleven. Er is geen gezamenlijke bijeenkomst van de vrouwen meer; geen centrale aanspreekbare bewoner (de ‘burgemeester’), zoals de vorige keer. Het blijkt het meest duidelijk als we onze voorraad fruit en groenten aanbieden. De vorige keer werd het zonder enig probleem gedeeld. Nu blijkt het een lastige kwestie te zijn. Want wie moet het dan krijgen? We overleggen met Fatima en Mohmed dat de families die de grootste zorgen hebben de goederen het best kunnen gebruiken. Onze salade die overblijft wordt aan de werkers aangeboden. We zien later onze box waarin we het vervoerd hadden leeg op de bouwplaats staan. Goed besteed.
We gaan naar het oude ingestorte deel van het dorp. Op een paar plekken is er ruimte om een nieuw huis te bouwen. Maar het meeste van de ruïnes ligt er nog onaangeroerd bij. Het puin is doorzocht op hout en bruikbare delen. De stille getuigen van persoonlijke bezittingen liggen nog overal verspreid.
Vorige keer was het voor ieder van ons, maar zeker voor Fatima, een emotionele gebeurtenis. Dat is deze keer veel minder het geval. Fatima betreedt nu met Mohmed de restanten van het huis waarin ze is opgegroeid. We staan in de betonnen restanten van de kamer en op de trap. We bespreken met haar deze andere emotionele lading, waarin ze zich ook herkent.
In het oude dorp worden op een viertal plekken nieuwe huizen voorbereid. Een eigenaar is gestopt met de fundering en basisvloer. Onkruid en gras tiert er welig. Bij een ander huis zijn alleen de voor- en zijgevel gebouwd. Het is de vraag of en wanneer het wordt afgebouwd, zegt Fatima. Bij het tentenkamp is de meeste ruimte om nieuw te bouwen. We tellen daar 9-10 nieuwe ‘bouwplaatsen’. Dat betekent dat van de 20 families, tenminste 13 hier blijven of terugkeren.
De bouw gebeurt als volgt:
Op, tegen of in de rots worden vlakken geëgaliseerd. Het vloeroppervlak wordt voor de stabiliteit verdeeld in een vier- of zestal vakken. De oppervlakten variëren tussen 50 en 90 m2. (Dat is meer dan het dubbele van de eerdere woningen.) Op alle hoekpunten komen betonnen pilaren met stevig stalen vlechtwerk. In het midden van het bouwwerk komt bij sommige woningen een dieper gelegen deel dat als kleine kelder (van 1x1m) kan fungeren. De vakken worden gevuld met keien en rotsblokken, voorzien van wapening en daarna volgestort. Het is allemaal handwerk: vlechtwerk, bekisting, wapening, cement, beton. Op de zo gestorte stabiele basis worden met steenblokken de vertrekken opgemetseld. Een truck voert alle bouwmaterialen aan. Met de kruiwagen komt het merendeel op de plek. Fatima verwacht dat de opbouw van de muren en het dak van de woning van haar familie nog ongeveer een half jaar duurt.
De woning wordt niet verankerd maar staat min of meer ‘los’ van de ondergrond, zodat de woning vanuit zijn stevige basisfundering niet mee beweegt met een beving. Want dat zal leiden tot breuk en instorting. Voor kleine en lage woningen is het van belang dat er geen star contact is tussen de ondergrond (de rotsbodem) en het bouwsel. Dit systeem (Base Isolation System) wordt hier toegepast. De gewapende vakken van de fundering en de gewapende pilaren op de hoekpunten die allemaal met gewapend staal verbonden zijn zorgen voor de stabiliteit van het plateau waarop het bouwwerk komt. Deze methode is o.a. door de TU Delft beschreven voor dit type kleinschalige woningen in aardbevingsgebieden.
Op de tegenover liggende berg liggen vier verwoeste woningen, die ook onderdeel zijn van Amguernis. De woningen waren alleen te voet en met ezel bereikbaar. Op een breder rotsplateau zien we de bekende tenten en noodbouw. Fatima vertelt dat bouwmaterialen pas kunnen worden aangevoerd als er vanaf het lager gelegen dal een nieuwe weg is uitgehouwen in de rotsen. Men is daarmee op ¾ van de afstand. Het laatste stuk is het lastigst en dat kan nog minstens een jaar duren. Onvoorstelbaar hoe mensen het zo lang kunnen uithouden in niet of nauwelijks geïsoleerde noodtenten en -bouwsels in de winterperiode bij temperaturen tot -12.
We nemen afscheid van Mohmed. We hebben een positieve indruk van de manier waarop men ondertussen bezig is. Het ziet ernaar uit dat uiteindelijk een groot deel van de families hier weer degelijke woonruimte krijgt. Fatima plaatst daarbij wel de kanttekening dat een aantal families hier geen bestaan zullen kunnen opbouwen. Het is voor ons nauwelijks voor te stellen dat het in dit trage tempo gebeurt. Maar we realiseren ons tegelijk dat alles, inclusief de aanvoer van materialen, hier kleinschalig moet gebeuren.
Op de terugweg delen we aan kinderen die langs de weg staan potloden uit. Het blijkt toevallig bij de noodbouw van de oom van Fatima te zijn. Er komen nog een paar kinderen meer aangerend. We worden uitgenodigd voor de thee als ook de tante van Fatima erbij komt. We wijzen het vriendelijk af. Onze stop is niet onopgemerkt gebleven want 400m verderop komt de kennis van de oom de weg op. We stoppen. Hij vraagt om een bril voor een vriend die meekomt. Wim pakt de doos met brillen. Er komen nog twee bekenden bij. Goede raad is duur. We willen hier eigenlijk niet opnieuw een uitgebreide bril-op-maat-sessie hebben, want we moeten ook op tijd uit het dal zijn. Wim besluit ieder van de mannen 5 brillen te geven, zodat ze samen kunnen kijken of er een passende tussen zit. Dat vinden zij een goed idee.
Het blijkt goed te zijn dat we op tijd doorreden. Een oudere broer van Fatima zou met een bromfiets naar Amguernis komen. We hadden al gehoord dat hij om 12 uur pech had. Hij blijkt als we op de asfaltweg komen daar nog steeds te staan met een kapotte aandrijfketting. Hij kan alleen met hulp van een kleine truck met laadbak terug naar huis. Het is inmiddels half vijf. Wij kunnen hem niet meenemen want de bromfiets kan hier niet blijven staan. Er is geen huis waar hij naar toe kan. Het zijn allemaal steile hellingen waar hij overheen moet. Gelukkig houden Fatima en Wim een grote truck aan. De chauffeur moet zijn lading nog wegbrengen en zal op de terugweg kijken of de bromfiets mee kan. ’s Avonds om 8 uur horen we gelukkig dat haar broer met kapotte bromfiets thuis is gekomen.
We sluiten de dag af met een heerlijke maaltijd in restaurant Complexe de Kasbah. We nemen afscheid van ‘onze’ geweldige Fatima, die ook blij was met ons deze rit naar Amguernis te hebben kunnen doen. We spreken af (inshallah) volgend jaar ‘in het nieuwe huis’ te gaan kijken. Fatima meldt dat uitstekend te vinden, maar zij zal er niet gaan wonen.

























Bedankt voor je achtergrond info. Jullie verhaal brengt ons in gedachten terug naar onze indrukwekkende rit over de tizi en test een maand geleden waar we dezelfde beelden en bouw activiteiten aan weg en huizen in in het aardbevingsgebied hebben gezien. Voor ons zit Marokko er bijna op, Donderdag nemen we de boot terug naar Spanje. Jullie nog mooie avonturen hier.