ons reisplan op de schop.
25 december 2025 - Zagora, Marokko
We zijn met twee tussenstops richting Barcelona gegaan: bij vrienden in Saint Julien les Villas en in Orange bij een Campanile. De heenweg begint mistig, met zon halverwege en grote stortbuien in Barcelona. De straten lopen over en bij winkels is karton gelegd om het binnenstromend water ‘op te zuigen’. Bruisend Barcelona is even kolkend Barcelona. Maar gelukkig niet zo ernstig als bij de eerdere wateroverlast. We lezen dat in Marokko op dit moment hevige regen en sneeuwval is. Zelfs in het Sahara gebied. En 70-80 centimeter sneeuw in de Atlasbergen. We gaan het zien, denken we dan nog.
In Barcelona gaan we naar de basiliek Sagrada Familia. We waren er eerder toen in het centrale deel nog geen dak en afgebouwde torens waren. Een Engels sprekende gids zal ons bevlogen vertellen over de opbouw en symboliek. We zijn vergeten dat oorspronkelijk een andere architect de opdracht had voor een saaie Gotische kerk. Gaudí nam het na een jaar over en kwam met een revolutionair ontwerp. Geometrische, organische en abstracte vormen, Catalaanse symbolen, gedurfde toren- en gewelfbouw, speciale lichtinval en Bijbelse taferelen zijn de basis voor de basiliek. Het concept zal een ‘Bijbel in steen’ worden met vier hoofdgevels: de geboorte, de glorietijd, de lijdensweg, Maria (de moeder Gods). Centraal komt de Christustoren met daar bovenop een gigantisch kruis. Gaudí maakt het ontwerp bij lange na niet af. Hij overleed in 1926 als gevolg van een tramongeluk en zag alleen de geboortegevel. Nog steeds is de bouw niet helemaal af. Men hoopt in 2026 (100 jaar na overlijden) het kruis op de middelste toren te plaatsen en dat groots te vieren.
We zien op de geboortegevel veel symbolen. Opvallend is dat Gaudí niet koos voor Bijbelse (oosterse) motieven maar steeds teruggreep op Catalaanse symbolen. Dus geen bekende Joodse of vroeg Christelijke motieven. De herders zijn afgebeeld als Catalaanse boeren, de planten en dieren groeien en leven in Catalonië. Met uitzondering van twee kameleons, die symbool staan voor de verandering die Gaudí uitbeeldt. Bij de grote poort ligt links een zeeschildpad en rechts een landschildpad als verbeelding van het middelpunt tussen zee en land.
Als maatvoering gebruikt Gaudi twee Bijbelse symbolen: het heilige getal 7 en cijfer 8 ( als platte 8 lemniscaat) voor oneindig, eeuwigdurend. Hij koos het midden 7,5. Dit dient als basismeetlat: alles is een veelvoud van 7,5 cm. Op exact 15m hoogte bevindt zich het kerkelijk altaar aan de Gloriezijde met zitplaatsen in een cirkelboog rond het middenschip. Beneden is aan de Mariazijde ‘voor dagelijks gebruik’ een altaar en orgel, waarboven Christus in een lichtkroon hangt.
Het meest indrukwekkend is de werking van de glas in lood ramen. Aan de geboortezijde, de blauwgroene uitstraling in de booggewelven, als teken van geboorte en groei. Aan de lijdensweg zijde een geel oranje rode zonnige uitstraling als teken van hoop. Het glorie deel is nog in de afwerkingsfase. De buitenzijde van de lijdenssituatie is geïnspireerd door en op de werken van Picasso. De Romeinse keizer is net als alle figuren in Guernicavorm afgebeeld.
Vier grote hoektorens zijn gewijd aan de evangelisten. Hun namen zijn aan de binnenzijde van de pilaar weergegeven. De pilaren die de gewelven en torens dragen zijn ‘bomen’: het zijn er 52, net zoveel als er zondagen zijn in een jaar. De 12 dragende tussentorens staan voor de apostelen. Een wat we nu sudoku zouden noemen heeft in alle combinaties van 4 een totaal van 33 (de leeftijd van Christus). Vorige keer bezochten we de in aanbouw zijnde toren en balustrade. Nu is het bezoek de kers op de Gaudiaanse taart.
In Barcelona lopen we over de Ramblas. De hoofdstraat is onherkenbaar, de meeste kramen zijn verwijderd vanwege een grote renovatie. We bezoeken ook la Bocqueria waar snoep, groenten, vis, vlees en kerststalfiguren massaal staan uitgestald.
De overtocht naar Nador is vertrouwd, maar toch ook weer niet helemaal. Nog één boot per week, de catering is eenvoudiger, het menu wat minder, de prijs is verhoogd: GNV vaart er wel bij. Omdat de lange kerstvakanties in landen al zijn begonnen hebben we dit keer een ferry met veel Marokkaanse gezinnen. Dat betekent een extra grote boot, want het is afgeladen vol; wat het gezellig maakt. We zijn in Nador snel door de douane en op weg naar Riad Ocean View, onze vaste pleisterplaats om te acclimatiseren.
Het klimaat is totaal anders dan andere jaren en ons reisplan gaat fors op de schop. De camping was tot de dag ervoor een grote modderpoel vanwege hevige regenval. Eigenaar Abdel voorspelt beter weer, maar diens profetie blijkt geen garantie. Grote delen van Marokko hebben nog steeds te maken met sneeuwval, afgesloten wegen, dorpen en bergpassen. De wegen naar en over het Plateau van Rekkam zijn, zo lezen we, ‘heerlijk modderig voor 4x4 experience’. Harde wind en lage temperaturen zijn ongekend in dit gebied en ook bij Abdel op de camping. De weersverwachting voor de komende 10 dagen: regen, bewolkt, harde wind en lage temperaturen.
Ons plan om langzaam naar het Sahara gebied te reizen wijzigt drastisch. Alle rode armoedige gebieden uit ons eerste verhaal worden zwaar getroffen. Maar zijn voor ons ‘even niet’ bereikbaar. We zullen langs de oostgrens met Algerije naar Bouarfa gaan en vandaar richting Zagora. Daar zijn de temperaturen goed zonder regen. De bergpas Tizi ’n Tichka is net weer open. De overige passen lijken nog onbegaanbaar. Plaatsen als Fez, Ifrane, Midelt, Missour, Ouarzazate, Taroudant, Beni-Mellal hebben een wintersportuitstraling. Alleen het uiterste oosten en zuiden kennen nog positieve weertrends. We kiezen voor die route.
Het landschap waar we doorheen rijden is bekend: geel, bruine, grijze bergen wisselen af met groene gebieden in de uitloper van het Rifgebergte. Donkergrijze wolken verdwijnen als we Oujda verlaten om daarna een lange eentonige route naar Bouarfa te rijden. Gele dorre vlakten zover we kunnen kijken, kamelengras dat verdort is en groene plukjes doornige struiken strijden voor overleven. Armoedige bouwvallen, half afgebroken en ingestorte lemen hutten, met zeilen afgedekte tenten staan in schril contrast met een kleurrijke moskee en de vrolijke kleuren van een school. Wie geld heeft voor een pompinstallatie kan een deel van zijn land irrigeren, maar dat gebeurt in deze streek mondjesmaat. Een natuurlijke waterrijke plek verraadt zich door golvend riet en welig tierende olijfbomen. Meestal kun je het nog geen oase noemen. De twee grotere plaatsen waar we doorheen komen bestaan dankzij het leger. De grens met Algerije moet immers goed worden gecontroleerd en dat vertaalt zich in grote garnizoensgebouwen.
Het is vandaag Grote Verdiendag. In totaal zullen we ongeveer 20 lasergamers passeren, die ons niet maar veel Marokkanen wel kunnen betrappen op hun snelheid. Bouarfa heeft niet meer te bieden dan de omgeving, zo blijkt ook uit de omschrijving: wat te zien in Bouarfa. We krijgen een Herman Finkers gevoel: ‘Het stoplicht staat op rood, het stoplicht springt op groen.’ Het is de grootste garnizoensplek in de zuidoost hoek. We horen al vroeg het morgenreveille. Het is koud, rond het vriespunt en maximaal 10 graden overdag. Figuig valt de komende 14 dagen ook af vanwege de koudweergrafiek. Het zal Zagora worden.
Een lange rit, parallel aan de Algerijnse grens. Weinig afwisseling en kleine armoedige dorpjes. De hevige regenval heeft ook in dit gebied wegen en bruggen verwoest. Wegbermen en randen van de weg zijn afgebrokkeld of deels ingestort. Waterplassen zijn het residu en sommige eerder droge rivieren hebben weer een beetje water. Vijf jaar geleden schreven we dat gestimuleerd door de regering deze delen van de woestijn zouden gaan ‘bloeien als een roos’. We zien nu het resultaat: grote palmeriën voor dadelteelt staan er in verschillende stadia groen bij. Keerzijde is dat het niet voor de kleine boer en investeerder is weggelegd. Zij verdienen een karig loon om het kamelengras, de doornstruiken en de vele stenen te verwijderen. Daarna komt de grootgrondbezitter, die er een forse toren, dito omheining en dure waterpompinstallatie aanlegt. Wim zou het ‘herenboeren’ noemen.
Bij het dorp Takcha op de N17 is de brug volledig weg geslagen. De rivierdoorgang was zo nauw dat al het water een grote ravage aanrichtte. Het doet ons denken aan de situatie bij Foum Zguid waar hetzelfde gebeurde. De kracht van het water is immens. Toch zal, ondanks de regen, naarmate we Zagora naderen het oppervlak al weer zo droog zijn dat we zandverstuivingen zien. En dat de lucht gevuld is met opwaaiend zand.
Verkeersborden met daarop dromedarissen zijn folkloristisch geworden: we zien de hele route er geen een. Dat is een groot verschil met twee voorgaande reizen door dit gebied. Door de droogte hebben veel berbers hun dieren moeten verkopen. Schaaps- en geitenkudden zijn nog de enige bron van inkomsten. Vlak voor Zagora is (nog) een dromedarismarkt met een 40-tal dieren. Wat een verschil met de markt van 5 jaar geleden, die toen nog in Zagora was. In de ‘Jardin de Zagora’ waar de bougainville bloeit, worden we door Mohammed hartelijk begroet. Het is opvallend stil op de camping. Maar de zon schijnt en de temperaturen zijn vertrouwd. Ons reisplan is weer op schema.






























Wat erg voor de toch al zo arme inheemse bevolking. Hoop voor jullie op een snelle omslag van het weer!
Ik volg jullie weer graag.