Over leven in de Hamada

5 februari 2026 - Mhamid, Marokko

Op zaterdag 31 januari gaan we met vrienden een tweedaagse maken in de woestijn ten westen van Mhamid: de Hamada du Draa. Hamada = woestijn. (Het gebied wordt vaak aangeduid als Sahara, maar dat blijkt niet juist. De Sahara begint aan de zuidkant, in  dit geval in Algerije.)

Wij doen het om het woestijngebied rond Erg CheGaGa met een overnachting (nog een keer) in haar geheel in ons op te nemen, na een aantal eerdere tochten in een woestijn. Voor onze vrienden is het de eerste keer en een uitdaging met veel nieuwe elementen. Die uitdaging gaan we graag samen met hen aan. Het zal een tocht van ongeveer 260 km worden. Pittig en afwisselend. Om 9 uur staat Mhamed, onze chauffeur, klaar en we gaan met rugzak, 4 x 5 liter water, eigen kussens, een ‘beautycase’ (voor tandenborstel, douchegel en ander toiletgebruik) en ‘fietstassen’ op weg. Het advies ‘sluit alle ritsen goed’ zal blijken geen overbodige luxe te zijn.   De 4x4 van camping Hamada du Draa zal ons twee dagen enig  comfort  en gratis massage geven. Een overnachting is gepland aan de westrand van Erg CheGaGa; het duingebied wat centraal ligt tussen Mhamid en Foum Squid. De kaart uit het campingkantoor geeft met de ingetekende route een indicatie wat ons te wachten staat.  

over leven in de Hamada   

Het eerste deel van de route gaat over een redelijk vlakke piste, daarna komen we in kleine zandduinen waar het spoor van de route door stuifzand meer en minder goed zichtbaar is. Vroeger was dit deel van de woestijn ‘van de nomaden’, nu is het voornamelijk het terrein voor de nieuwe nomaden met brommer, motor,  4x4, quads en buggy’s. Het overleven en overnachten uit de tijd van tochten naar Timboektoe heeft plaats gemaakt voor bivaks, waar de sterrenhemel nog steeds hetzelfde straalt voor iedereen, zonder lichtverstrooiing van stad of dorp. Wij zullen worden bijgelicht door een volle maan. In de verte zien we een eenzaam nomadkamp,  waar geiten (nog) de belangrijkste bron van bestaan zijn. Tegen de bergrug aan de noordzijde van de vlakte is een schooltje voor een viertal nomadkampen èn de stenen gebouwen van een militair kamp met zendmasten. (De volledig gesloten grens met  de zwarte bergen van Algerije ligt meestal op zichtafstand ten zuiden parallel aan onze route.)  

Na ongeveer 6 kilometer stoppen we bij een imker. We zijn vroege en onverwachte gasten dus  krijgt hij een  claxon wake-up-call van Mhamed. Hoe kunnen hier bijen worden gehouden en hoe kun je hier leven?  Er is uitvoerig stuifmeelonderzoek (w.o. van Broeder Adam)  gedaan en daaruit blijkt dat in dit gebied de inheemse zwarte honingbij (Apis mellifera intermissia)  zorgt voor een ideaal ecologisch over- en evenwicht. Het is een ondersoort die alleen hier voorkomt. Niet voor niets worden ze het woestijngoud genoemd. Deze specifieke bijenfamilie (over)leefde in nissen van de leemwanden. Barre omstandigheden en bijeneters bedreigden het bijenvolk. Het is gelukt het bijenvolk aan te passen aan de nieuwe methode met bijenkasten. Een aantal imkers trekken hier mee rond in dit gebied. Ze bewaken dat er geen kruising met een andere ondersoort  (Hybridisatie)  plaats vindt door het  voor bijen met natuurlijke begrenzing afgeschermde leefgebied niet te overschrijden. Het is onderdeel van een behoud-de-bijenproject en studie.

Imker zwarte bijen

De vegetatie die in deze barre droge omgeving moeizaam stand houdt wordt door bestuiving geholpen dat snel en goed te doen. De zwarte bij heeft zich hier aangepast aan droogte en blijkt in staat snel en met hoge kwaliteit honing uit  kleine bloempjes te maken. Daghmous, een tot de Wolfsmelkfamilie behorende cactus met gele bloempjes, zorgt voor een krachtige nectar. Die groeit hier in de dorre vlakte. Maar ook woestijn-overlevers Rucola, Acacia en de kleine bloempjes van de Bremraap (ook bekend als Woestijn Hyacint)  zorgen voor een aparte honingsmaak. De imker trekt met zijn ca 100 korven door het gebied.  Zijn verblijf is een makkelijk verplaatsbare tent.  (Wij dachten dat hij steeds op deze plek bleef.)  Bijen hebben behoefte aan water en dat is hier niet te vinden op deze vlakte. Daar is een methode voor: over een watervat hangt een doek. De kraan staat licht druppelend open en houdt de doek ook bij felle zon nat. De bijen weten dit water op grote afstand te ‘vinden’. Ze landen op de doek. We zien een voorbeeld daarvan bij een aangelegde drinkplaats voor woestijndieren.

De hoofdroute in dit gebied is bewegwijzerd met oranje verf op stenen en bomen. Als je dus wat hebt te verkopen moet je langs de ‘hoofdweg’ staan met je ‘waar’. We passeren een kleine zandduin waarop  een drietal berber vrouwen hun ‘handwerk’ uitgestald en ópgehangen hebben. Hun echte bivak ligt iets verderop, maar hier staan een tweetal nomadtenten, waar ze nu ook overnachten.  Zo’n tent is een kunstwerk op zich. De wanden bestaan uit aan elkaar genaaide lappen stof. Stokken van acacia’s steunen het bouwsel en zijn draagbalken voor het dak wat ook weer is afgedekt met stof. Het is niet wind-, niet water- en niet zanddicht. De drie vrouwen zijn gewend om met toeristen te thee-en. We mogen fotograferen en natuurlijk hopen ze dat we hun handwerkjes  kopen. Grootste handelsmerk zijn de ‘kemmels’ zoals hier  dromedarissen worden genoemd. De henna   gegroefde handen maken met  naald en draad, ‘kameel’haar en geitenwol  kleurrijke kemmels. Wij bezwijken.  Een ‘kemmel’kudde staat op de duin, waar omhaakte 25W lampen, sjaaltjes, doeken en tassen de handelswaar compleet maken.  Een vorm van overleven met traditionele berber huisvlijt.

Koopwaar   Tent met dakkleden   Bij de berbervrouwen  Kemmel maken  Handwerk  

Wat vroeger één grote Groene Sahara was heeft nu nog spaarzame groene plekken. Een oase herken je van ver aan de plotselinge op’duikende’ groene palmen. Daar is in ieder geval water. In veel gevallen alleen nog onder de grond.   Een oeroude plek  van rust was  Oasis Sacrée, op ongeveer 50 km afstand van Mhamid. Deze oase bestond al tijdens de fameuze kamelenroutes naar Timboektoe. Volgens  een legende van de nomaden  leefde hier een beschermende  geest. Daardoor zouden reizigers als gevolg van deze bescherming hun goederen onbeheerd achter hebben durven laten bij de bron.  Wij zien het water opborrelen en sijpelen door rots en het kleileem. Een diepe oude waterput is afgedekt. Het gebied is 15 ha groot en inmiddels ook omgebouwd tot een bivakplaats voor toeristen, als onderdeel van het Nationaal Park d’Iriqui. Een associatie beheert het gebied. Echte nomaden komen er steeds minder, de nieuwe nomaden nemen hun plaats in. Wat niet altijd een even gunstig effect heeft, omdat daardoor ook rally’s  de Heilige Oasis ‘aan doen’. De laatsten vaak met minder respect voor flora en fauna, zoals Mhamed meermalen met afgrijzen meldt als we weer diepe omwoelde sporen zien.

Oase Sacrée

Bij een onverwachts klein meertje stoppen we voor een canard (eendachtige) die uiteindelijk alleen Mhamed goed ziet. Liesbeth vindt daar een prachtig klein veertje. Na determinatie blijkt het de veer van een Afrikaanse Houbara te zijn. Die mooie woestijnvogel hebben we helaas niet  in het echt gezien.

Veer Afrikaanse Houbara

Mhamid was vroeger bekend om de vele kuddes gazellen en heeft dat nog in de naam: el Ghizlane. Dorcas gazellen zijn nog moeilijk te vinden. De kuddes zijn geminiseerd. Mhamed heeft ‘gouden ogen’ om ze te herkennen in het dorre grijs/bruine landschap, waar de gazellen een perfecte schutkleur hebben.  We zijn zo gelukkig een koppeltje van drie te zien. En het lukt zelfs om er eentje op afstand te fotograferen. Mhamed herkent aan het landschap en sporen in het zand waar in het hele gebied nog gazellen leven. Hij is duidelijk opgegroeid in deze omgeving, zoals ook zal blijken uit het feilloos vinden van de door zand en wind steeds veranderende juiste route. ’s Avonds en ’s nachts is de Sahara weer het terrein van de dieren, die dan ongestoord naar de spaarzame waterplekken komen.  Door droogte, afsterven van bomen en struiken, volledig verdorde grasvlakten waar alleen nog de Sodoms appel heerst, loopt de vegetatie met sprongen terug. De Sodomsappel is een erg giftige plant, die alleen kapot gestampt door een  dromedaris met maagklachten als medicijn wordt gebruikt. De bij heeft er geen last van.

Dorcas gazelle

We rijden door een steeds anders kleurend landschap. Van grijs, grauw, lichte groene waas, geel, geelbruin, zwart, tot lichtpaarse kleuring tegen de bergen. Regelmatig met een fata morgana voor ons, alsof er water op ons wacht, komen we aan de rand van een vroeger (zout)meer: Lac d’Iriqui.  Een gebied van 123 ha waar vroeger (520 miljoen jaar geleden) de zee stroomde, waar  7000 jaar terug nog  een meer was. Het  is nu  één grote zandvlakte waaronder een zoutlaag resteert als afzetting van het opgedroogde/verdampte zilte water. Af en toe na hevige regenval herinnert een kleine plas aan de historie van deze onmetelijke vlakte.  We zijn daarvoor over een vlakte gereden waar de Roos van Jericho  wacht op contact met water. Deze ogenschijnlijk dode herleefplant zal  met water zich ontvouwen. De nu dorre vlakte zal één grote groene varenachtige ‘aan’kleding krijgen als wonder van de natuur. Dit proces kan zich eindeloos herhalen. Een ‘stekje’ om het thuis te proberen is onze woestijnbuit.

Wij stoppen bij een ‘bivak, annex hotel, annex restaurant’ met de bijzondere benaming Titanic. Een uit blokken opgebouwd twee lagen hoog, blauw geverfd gebouw wat je niet kunt missen in deze unicolour omgeving. We hebben er een heerlijke lunch en genieten van onze ontspanning na het gehobbel en de massage van de Toyota 4x4 bij het nemen van zandduinen, sporen en piste. 

Lunch in Titanic

Bijna aan het uiterste westelijke puntje van Lac d’Iriqui ligt een restant van fossielen als bewijs dat er  inderdaad een  zee was met de eerste levensvormen: trilobieten. Ze liggen voor  het oprapen.  Zo ver je hier lopen en kijken kunt zijn ze als het ware ‘achter gelaten’ om het verhaal van het ontstaan van het eerste leven handen en voeten te geven.  We nemen een klein aandenken mee. We zullen een groot deel van de route over het zoutmeer terug rijden. Opstuivend zoutzandstof verraadt tegemoetkomende piste gebruikers. Het voelt bijna onwerkelijk over zo’n oud plateau te rijden, waar vanwege het zoutgehalte geen enkel leven meer mogelijk is. Als er toevallig nog een hoopje kleileem is ontstaan heeft een struik in dit gebied geen schijn van kans. Ook de mens heeft hier anders dan als toerist geen toekomst.

Fossielen voor het oprapen

Bivak Les Nomades is een welkome stop- en overnachtingplek. We zijn gezandstraald, door elkaar geschud en vermoeid van de 160km lange rit. Het was verrassend en avontuurlijk. Maar dat geldt ook voor dit bivak aan de rand van de duinen van Erg CheGaGa en het zoutmeer. We  douchen,  lopen over de duinrand, gaan zand surfen, maken van de zonsondergang en opkomende maan beelden. We proosten, wachten op het diner, terwijl er voorbereidingen worden gemaakt voor broodbakken op gloeiend heet zand.  Dat laatste komt niet direct goed op gang.

Op het duin   Op het duin 2   Nu er nog af   Bivak les Nomades

Wim sandboarding     Martijn sandboarding     Liesbeth doet het te voet

Zonsondergang 1   Zonsondergang 2  Maanopkomst   Proosten op de eerste dag. Daar is Jupiter.

Een houtvuurtje wordt gemaakt in een kommetje van zand. Er moet voldoende gloeiend houtskool zijn zodat het zand op temperatuur komt. Ondertussen wordt deeg traditioneel gekneed, scheutje water, snufje zout, en dan laten rijzen onder een doek. Na het diner wordt het vuurtje weer aangewakkerd, het brood plat gedrukt/geslagen, de houtskool verwijderd, het brood op het hete zand gelegd en alles afgedekt met warm zand en gloeiende kooltjes. Twintig minuten wachten en dan komt het op het vakmanschap van de bakker aan: kloppend op het brood ‘horen’ wanneer het goed is.  Plekken waar het dreigt te verbranden bedekken met een klein klompje natte leem. Daarna snel het zand eraf. En voilà:  zandbrood zonder dat er zand aan kleeft.  Het smaakt uitstekend. 

Rond het vuur   Brood kneden   Bij het broodvuurtje   Kloppen op het brood    Het brood is klaar

Bij een grote ronde ijzeren pot wordt een vuurtje gemaakt. We worden verrast met berbermuziek van twee muzikanten.  Het is een prachtige afsluiting van de eerste woestijndag. Moe en voldaan naar bed, waarin -helaas voor Wim- een poes heeft ‘overnacht’ en de deken verzadigd is met fijn woestijnzand. Maar gelukkig hebben we voldoende paracetamol.

We hebben gezongen voor Liesbeth. Voor we vertrekken strikt Mhamed voor ons allebei de tulband.  We hebben een nieuwe Marokkaanse avatar. Na het ontbijt rijden we zuidwaarts, steken we dwars door de westrand van Erg CheGaGa om te gaan lunchen bij  Oase Essmar. De route is als de “Scheveningse Boulevard” in Marokko: 60 bivaks op een rijtje, rally en grote truck sporen op een brede zandpiste. Maar voor het oplettend oog van Mhamed ook sporen van gazellen en van een ‘chacal’ met  jong. De woestijn jakhals is goudbruin kleurig en heeft door een mutatie een vergroeide achterteen waardoor Mhamed het direct herkent. Het is een hondachtige, die als nachtdier hier territorium heeft. Mhamed speurt het hele traject, maar het is te druk voor de  schuwe dieren op deze ‘highway’ met mooie duinpatronen.  Bij opstekende wind zijn de duinen gesluierd door stuifzand.  Als we dichter bij de Oase komen wordt het terrein vlakker, groener en zien we in de verte  groene palmen als bewijs.

Klaar voor de tweede dag     Jarige Liesbeth krijgt tulband               Reclameborden in Chegaga    West Chegaga duinen   Brede piste westzijde Chegaga

Sodomsappel  Hoogste duin westzijde Chegaga   Samen op de foto

Oase Essmar is een heel ander rustpunt dan Oase Sacrée of een bivak. Aan de rand van een zijtak van de Draa rivier was deze oase  eeuwenlang een pleisterplaats met veel vruchtbare grond. Na verwaarlozing zijn een tweetal berbers begonnen de oase nieuw leven in te blazen. Met een combinatie van traditionele aankleding, renovatie van oude elementen en nieuwe logementen (rondwoningen), trofeeën van gestorven dierkarkassen, een grote groentetuin en veestapel met geiten en schapen. De oase ligt aan de ‘pisteroute’ naar de mooiste duinen Erg Zahar. We hebben er een heerlijke  uitgebreide lunch. We beamen de eigenaar dat hij  ‘goed bezig’ is. 

Erg Essmar    Egg Essmar lunchroom   Egg Essmar horens

Om bij Erg Zahar te komen rijden we door de droge bedding van de Draa. Daar zien we de gevolgen van droogte, grote regenval en overstroming, gevolgd door droogte: grote diepe scheuren in het afgezette keileem. Maar ook: dode grote en kleine vissen, verdroogd voor ze konden ontbinden. We staan  in een  diepere kom van de Draa. Door de grote watervloed zijn deze vissen uit een hoger gelegen oasebekken door het water meegevoerd en hier  ‘beland’.  Waar in Oase Sacrée  kikkers zwemmen, is hier de natuur onverbiddelijk hard.

Leem scheuren    Dode vis   Verdroogd

Erg Zahar is een immense, bijna ongerepte duinengroep, waar wij tweeën al eerder waren.  De hoogste duin is de Leeuwenduin, die met fraaie S-lijn voor ons ligt.  Het zand is warm terwijl het ‘nog maar’ 25 graden is.

Bij bivak Cheikh in Erg Zahar   Zandduinen Erg Zahar   Erg Zahar  Ik ben er. Hoera.  

Waar bij deze biotoop  poep is (van in dit geval dromedarissen)  zijn scarabeeën. Ook dat is een vorm van leven in de woestijn. De zwarte mestkever kreeg de bijnaam heilige pillendraaier omdat ze mest verwerken tot kleine bolletjes (pillen). De mestbolletjes zijn reservevoedsel. Ze graven zich in het zand in en soms zie je een zandspuitertje (meestal het mannetje) bezig. De scarabee maakt eindeloze kleine sporen in het zand. Als twee scarabeeën een bolletje rollen zijn het man en vrouw. Het wijfje legt onder het zand een eitje. De larve ontpopt zich daar en voedt zich met de mestbolletjes.  Omdat het lijkt alsof de nieuwe kever herrijst staat de scarabee symbool voor wederopstanding.  Op Oudegyptische afbeeldingen komt de scarabee als heilig dier voor.  Het ‘stikt’ hier van de scarabeeën en dromedaris keutels.

Scarabee met sporen in zand

In dit deel van de woestijn zien we veel ‘kamelen’ tours.  We zien ook een grote kudde dromedarissen. In zo’n kudde is één mannetje de leider; ‘bij meer leiders is er chaos’ zegt Mhamed. We zien een 3 dagen jonge dromedaris met nog volledig witte huid achter en bij haar moeder. De dieren communiceren met elkaar met een speciale roep. Een groepje toeristen op dromedaris nadert. De ‘leider’ stapt in de richting en roept. Je ziet  alle dieren gelijk de kop opsteken en luisteren. 

Dromedarissen met jong 

Het heilig graf van de Marabout Sidi Naji bezoeken we. We leggen, net als alle nomaden al eeuwen doen, een danksteentje op de muur. Hier leefde, volgens overlevering, een grote ‘reuzen’ weldoener bij een welvarende kasbah, waar van de kasbah nu alleen nog een paar uitstekende keileemmuren het bewijs zijn. Muren gebouwd in dezelfde periode en met dezelfde bouwstijl  als in Taroudant.  

Marabout Siidi Najo Steenoffers

We  zijn verzadigd van indrukken. We  stoppen nog bij een rotsformatie, waar door de hevige regenval van 2025 afdrukken van trilobieten bloot zijn komen te liggen. We zijn dan 130 km verwijderd van de trilobieten bij Lac  d’Iriqui en ondertussen ook ruim 200m gestegen. We rijden op de vlakke aan de zuidkant van de Draa.  Het geeft aan dat de oerzee van miljoenen jaren geleden ook hier was. Net als in Tazzarine, wat hemelsbreed 150 km noordelijker ligt.  Het stemt tot een klein gevoel in een op het oog zo grote zandvlakte.

De tweedaagse  wordt afgesloten met het verjaardagsfeestje voor Liesbeth. Een prachtige locatie, met vrienden en verwennerij onder een prachtige sterrenhemel, een spuitende waterfontein en bij een heerlijke temperatuur. Bij de bar van Hassan kunnen bier en wijn rijkelijk stromen en is er ‘taart uit Zagora’.  Het is een onvergetelijke afsluiting.

Verjaardag bij Hamada du Draa   Onder een boog van water op het terras van Hamada du Draa   Taart voor jarige Liesbeth

Ons doel de woestijn rond Erg CheGaGa in  al haar facetten te zien is volledig geslaagd. We hebben zoals iedereen kan lezen veel nieuwe ontdekkingen gedaan en hebben een totaal indruk gekregen van de vele verschillende kleuren en stadia van de woestijn. De harde strijd voor overleven van mens, plant en dier hebben we gevoeld. Maar ook de veerkracht van nomaden en dieren om de leefwijze aan te passen. Voor onze vrienden was het een eerste ervaring, waarvan we beleefden hoe waardevol, intens en overweldigend het was. Het is onvergetelijk dat met elkaar te hebben kunnen delen. 

Foto’s

9 Reacties

  1. Pieternel:
    5 februari 2026
    Wat een prachtige, bijzondere tocht!
  2. Wil Buscop:
    5 februari 2026
    Weer een indrukwekkend verhaal!
  3. Marijke Maris-Baan:
    5 februari 2026
    Prachtig!!
  4. Gea:
    6 februari 2026
    Geweldig!
  5. Smale Opticiens:
    6 februari 2026
    Geweldige mooie reisverslagen en foto's.
    Het is alsof we meereizen.
    Mooi om te zien hoe de brillen nuttig terecht komen.
    Hartelijk dank.
    Louis Smale.
  6. Jo Huijsman:
    6 februari 2026
    Jullie belevenissen zo mooi weergegeven, dank voor dit prachtige verslag.
  7. Ria Olijslager:
    6 februari 2026
    Van harte gefeliciteerd met je verjaardag Liesbeth. dat je nog veel avonturen mag beleven!. Wat een bijzondere reis maken jullie, met een verslag waar we van genieten. Succes met het vervolg...
  8. Martijn Bos:
    7 februari 2026
    Dank Wim, mooi verslag van twee bijzondere dagen. Vooral de informatie over de bijen is bijzonder, mooi dat we dat gezien hebben en dat nensen daar nig een bestaan uit kunnen halen.
  9. Janneke Bos Bosker:
    7 februari 2026
    Jullie hebben genoten zo te zien . Prachtig en je maakt er weer een mooi verhaal van . Chapeau 👍🏻😘