breb
We staan bij Bram en Ema (spreek uit Emma) op hun agricamping Babou. Het is een prachtige plek, die twee jaar geleden is overgenomen van een vriend die naar Griekenland ging. Bram is Nederlander en Ema Roemeense. De gebouwen zijn in traditionele staat, zoals je hier nog veel boerderijen aantreft. De voorzieningen zijn uitstekend met goede wifi, elektra, toilet en douche. De camping heeft ook een ruimte als hostel met vier bedden. En -zoals overal- is er een keukenhoek. Het water komt uit de hoger gelegen bergen. Het kan daardoor voorkomen dat er wat minder waterdruk is. Het water is goed drinkbaar. We krijgen een uitvoerige uitleg op papier over het dorp en de mogelijkheden in de omgeving. De huizen van Babou lijken oud, maar schijn bedriegt. De oudste woning is van 1955. Het oude uiterlijk komt door de snelle verwering van het onbehandeld hout.
Breb is een bijzonder dorpje. Het ademt nog de sfeer uit van het vroegere leven op het platteland in Roemenië. Dat is direct duidelijk als we Breb naderen. Tot aan de grens van het dorp ligt er asfalt. Maar in het dorp zijn het allemaal karrensporen. Smal, hobbelig met gaten en kuilen en na regen modderig.
Op een Amerikaanse site uit 2015 wordt Breb aangeprezen om de traditionele kwaliteiten. In 2017 wordt al gemeld dat het nog maar de vraag is hoe lang het allemaal stand kan houden. Wij beschouwen Breb in zekere zin als een openluchtmuseum omdat tradities en gebruiken nog volledig in tact zijn. Breb blijft zoals het is, dankzij de bevolking, zonder enige overheidssteun of beschermde status. Maar we zien ook de ontwikkeling van toerisme en grootschaliger gebouwen met luxe pensions in het dorp toenemen. je ziet het aan de foto's: verschil moet er zijn.
Breb ligt in een vallei, die ontstaan is door een oude niet meer actieve vulkaan, als uitloper van het Transsylvanisch plateau. Een klein beekje stroomt door het dorp. Breb heeft ongeveer 1100 inwoners. Dat zijn voornamelijk boeren, die binnen en buiten het dorp hun boerderij en land hebben. Het heeft -voor ons waar in Nederland kerken sluiten- nog twee actieve kerken (Orthodox en RK). Naast een houtzagerij staat een houten kerk met traditionele houten tinnen die gestapeld een waterdichte afdekking geven. (zie foto) En iets hoger gelegen een stenen kerk die met zijn witte torens boven het landschap uitsteekt. De houten kerk is niet te bezichtigen, de stenen kerk wel. Er is hier geen vrolijk kerkhof. We vinden er de traditionele zerken, maar niet uitbundig zoals in Sapanta. En deels niet onderhouden, net als overal.
Bram en Ema hebben op hun terrein verschillende mooie rustplekken. Eenvoudig, praktisch en ontspannend. Een brug naar een iets hoger gelegen keukentje (hide out) was aan vernieuwing toe. Er is een apart tententerrein, waar geen auto’s mogen komen. Er zijn staanplekken met en zonder elektra. Voor elk wat wils. Er is een kleine groentetuin, waar Ema een biologische kweekwijze toepast: mulching en permacultuur. Het afdekken van de grond rond planten en zaaigoed met natuurlijk materiaal dat verteert. Het zorgt ervoor dat de grond niet uitdroogt, dat de temperatuur onder de mulchlaag constant blijft, dat er geen onkruid groeit. Op dit moment vervult een laag gemaaid gras die functie, maar het kan, zo zegt Ema, elk natuurlijk materiaal zijn. Ook karton dat verteert. Alle groen(te)afval wordt zorgvuldig gescheiden en gecomposteerd. Permacultuur is een combinatie van oude tuinbouwmethoden en natuurlijke ecosystemen.
Vanaf de camping verkennen we het dorp. Het is heel bijzonder langs de velden en huizen te lopen. We zien nog de traditionele vlechtschermen, maar ook moderne houten en stenen schuttingen. En de meer traditionele met bewerkte palen en rastering. De erven zijn bij boerderijen (nog) afgesloten met grote houten poorten, die bewerkt zijn. Zo het lijkt, al naar gelang de rijkdom of armoe, meer of minder bewerkt. Alle percelen hebben een bonte verzameling van gebouwen. Stenen bouwsels zijn veelal niet volledig afgewerkt, niet bepleisterd. We komen langs een boerin die op haar erf kleden op latten heeft hangen. We gaan er kijken en zien veel traditioneel weef- en haakwerk en voor de kussens en slopen borduurwerk. We kopen een kleurrijke hoofdversiering voor een sloop of kussen.
De boeren zijn druk met het maaien en hooien van gras. Het gebeurt veelal met een kleine handbediende (diesel) maaibalk en met de zeis. Het hele gezin helpt mee. Het landschap is bekend om de vele hoog gestapelde hooioppers. Donkerbruin zijn overjarige, lichter bruin van vorig jaar en de licht gekleurde de verse snit van dit jaar. Het hooi is ’s winters hard nodig voor het voeren van schapen, geiten, koe en paard. De temperaturen kunnen rond -25 graden liggen. Het leven is hier ’s winters hard. De karrensporen zijn onberijdbaar door een dikke laag sneeuw. De paarden komen van pas om je met een slee te kunnen verplaatsen. Wij komen een boer met dubbelspan en platte wagen tegen die gaat hooien. Een derde paard wordt meegenomen achter de kar voor werk op het veld. Het is in onze ogen een redelijk rijke boer. Als we ’s avonds langs het vers gemaaide veld lopen, ligt alles in kleine oppers, want er is regen voorspeld voor de komende dagen.
Er zijn in het dorp twee kleine winkeltjes voor dagelijkse dingen. Er zijn kleine eethuizen, restaurants is een groot woord voor de boerenoptrekjes. Achter de eethuizen ligt meestal een grote tuin die bepaalt wat op het menu staat. De meest voorkomende bedrijvigheid in Breb (en de meeste Roemeense plaatsen) is distilleren van een vruchtenlikeur (tuica), die traditioneel bij aankomst of voor het eten in een klein glaasje wordt aangeboden. Er is ook een sterker wodka-achtig (minstens 50% alcohol) eigen distillaat. Je wenst elkaar ‘Noroc’, wat proost betekent. Maar pas op het woord ‘Prost’ te gebruiken want dat is in het Roemeens het woord voor een schurk, een boef. Naast de likeur maakt men ook eigen siroop en sap, o.a. van vlierbloesem.
We komen langs een tweetal stenen huizen waarbij de symbolen van eten en koffie staan. Er is een gezellig ingerichte overkapping. Een vijftal personen zit aan één van de tafels. Het blijkt een Amerikaans echtpaar te zijn, die op familiebezoek zijn in Roemenië. Hij (Simon) is in 1984 met zijn ouders via de rivier naar Joegoslavië gevlucht om te ontkomen aan de dictatuur en repressie van Ceaucescu. Zijn partner is ook Roemeense en haar moeder van 85 zit ook aan tafel, die de reis niet meer naar Amerika maakt, dus is haar dochter hier. Ze vertalen voor ons en zodoende begrijpen we dat we hier vanavond voortreffelijk kunnen eten. De eigenaresse is druk met het opstoken van een grote houtkachel en ze kneedt een deeg. Wij zullen er ’s avonds een eerlijke ciorba (soep met ingrediënten uit eigen tuin), een gratine van geraspte aardappel en cordon bleu op zijn Roemeens en luchtige heerlijke donuts krijgen. Met uiteraard traditionele tuica, een Roemeens bier Ursus en lekkere Roemeense rode wijn. Het Amerikaans stel is er ook weer voor een heerlijke Roemeense schnitzel. Veel smakelijker dan de bekende Oostenrijkse versie. Varkensvlees is favoriet in Roemenië. ’s Avonds redden we ons met een ingesproken vertaalapp. Lutena is een aanrader.
Bij veel huizen staat een boomstam met verschillende takken. Aan de takken hangen potten en pannen. We zien ze bijna overal, niet alleen hier maar bij veel traditionele houten huizen. Bram vertelt dat er verschillende verklaringen voor zijn. Het zou ontstaan zijn om gebruikte pannen te laten drogen. Maar gaandeweg werd het een statussymbool om te laten zien hoe rijk je was. Een mythe is dat als er aan de bovenste tak een rode pan of ketel hangt, er in dat huis een huwbare dochter is.
We lopen het dorp door en rond. Een aantal paadjes lopen tussen de velden door. Iedereen kan dat hier zonder problemen doen. We komen aan de rand van het dorp. Er zijn veel wandelpaden in de omgeving. Ze voeren dieper het landschap in, waar vanwege de afgelegen ligging reeën, wolven, vossen en beren zijn. Het is niet gevaarlijk. Zodra deze dieren je horen, trekken zij zich terug dieper de bush in. Verderop liggen een paar iets grotere plaatsen, waar men heen gaat voor uitgebreider boodschappen. Buren van Babou (Club 148) hebben een theetuin, annex restaurant. Op 400 meter loopafstand is er nog een restaurant la Docchia. Voor alles geldt: bespreek vooraf en meldt je eetwensen. Dan kan het worden voorbereid. Het is allemaal te kleinschalig om te kunnen verwachten dat alles panklaar is.
3 Reacties
-
Gea:17 juni 2023Een dag zonder regen en weer van alles te beleven
-
Marijke Maris-Baan:18 juni 2023Ik geniet met volle teugen van dit reisverslag.
-
Jo Huijsman:18 juni 2023Het kleurrijke textiel is naast alle andere indrukken fantastisch








































