Stad van 1000 kerken
We rijden naar Ani, een openlucht museum dat de bijnaam heeft ‘Stad van 1000 kerken’. Het betekent niet wat veel Europeanen vermoeden dat er echt zoveel kerken stonden. In de islamitische en oosterse cultuur staat het getal 1000 symbool voor overweldigend, groots. (Vergelijkbaar met Sprookjes uit 1001 nacht.) In totaal vonden archeologen ongeveer 50 kerken, 33 grotkapellen en 20 kleinere kapellen. En daarnaast veel andere bouwsels, terwijl er ook nog veel onder de zoden ligt. Anders dan bij veel reisadviezen wordt vermeld hoef je niet in Kars een vergunning en verklaring van de politie te vragen. Je kunt er zo naar binnen voor omgerekend € 8.
Ani ligt op de huidige grens met Armenië aan een grensrivier en was vroeger de hoofdstad van het Armeense (Bagratid) Rijk (961-1045). Daarna waren Georgianen, Seltsjoeken en Mongolen de baas. Naar schatting leefden binnen de vesting 100.000 mensen. De vestingstad ligt op een strategische plek in een langgerekte driehoekvorm. De stad wordt aan twee zijden omsloten door ravijnen van de rivier, zodat ‘slechts’ aan één kant een stevige (3,5 km lange) verdedigingsmuur behoefde te worden gezet. Dat gebeurde met verstevigde dubbele muren en een twintigtal grote stenen basaltgevulde donjons (torens), waarvan er nog 7 restanten staan.
Aan de binnenzijde werden in de muren en torens kerken en kapellen, hamams, woningen, militaire ruimten gebouwd. Het gebied is aangevallen en deels verwoest maar de aardbeving van 1319 ruïneerde het meeste. Veel werd herbouwd. In de rotsen onder de burchtorens aan de zuidkant bevonden zich grotwoningen.
Van een kleine twintigtal ruïnes staan nog restanten of bijna complete gebouwen. De meeste gebouwen zijn opgetrokken uit roodbruin gestapelde steenblokken, wat een bijzondere en kenmerkende uitstraling geeft voor de bouwstijl. Een aantal kerken zijn ter behoud verstevigd met staal- en houtconstructies. De grote kathedraal , het pronkstuk, staat volledig in de steigers en is niet toegankelijk. Het restant van de citadel ligt op een rots, waar de restanten van het paleis niet open zijn voor publiek. Wij zijn halverwege de klim teruggegaan. Het totale terrein maakt een verwilderde indruk. Destijds is de entree met Unesco en EU geld groots opgezet, maar ook die leidt aan verwaarlozing. Veel restanten van bogen, ornamenten, muren, kantelen liggen her en der tussen de geel bloeiende kaarden en grazende koeien. Een koeienwacht begroet ons. De grens Gerstrivier ligt diep verscholen; een oude ingestorte (Zijde Route) brug laat zien dat men tot de genocide van 1915 naar de overkant kon. In het centrum van Ani stad was vanaf de 12e Eeuw een belangrijke Seljuk karavanserai. Vanaf de 14e Eeuw nam de betekenis van Ani als doorgangsstad af doordat andere handelsroutes en transporten mogelijk werden.
Restanten van woningen (die er veel moeten hebben gestaan) vinden we weinig terug. Een deel van de moskee lijkt het best gerestaureerd en aangekleed met o.a. tapijt, de preekstoel en glazen ramen. Vanaf de moskee naar de hoofdpoort lag de Grand Bazaar. Het wordt een kopie van Istanbul genoemd. Het blijkt te bestaan uit kleine gebouwtjes waarin handelswaar werd aangeboden die in een lange rij naast elkaar stonden. Of het geheel overdekt was wordt niet vermeld.
We zijn het meest onder de indruk van de muren met hun bogen en torens, de Tigran Honetz kerk (1215) met ornamenten en fresco’s; de kathedraal; de moskee; de twaalfkantige Saint George kerk (994), de restanten van de Saint Prkich kerk (1036) (waar nu een stalen frame in staat), de restanten van de rond gebouwde Gagik kerk (995). De Gagik kerk was zo slecht geconstrueerd dat de kerk al snel volledig instortte.
We gaan hierna naar Kars en hebben besloten onszelf te verwennen en voor één nacht een hotelkamer te boeken. We eten in de stad waar het gezellig druk is in de hoofdstraten. De volgende morgen blijkt er een staakt het vuren te zijn afgesproken tussen Israël, Iran en VS. Dat doet ons besluiten ons plan om naar Georgië te gaan door te zetten. In Kars bezoeken we een museum waar veel tapijten en kleden zouden zijn. Dat bleek tegen te vallen, maar de collectie die er wel was is zeker de moeite waard. Kars is daarnaast bekend om kaas,
Bij binnenkomst schaaft Wim een oude wond een beetje open. Als hij vraagt om een pleister komt de totale BHV van het museum in actie. In de museumverbandkist blijken geen pleisters meer te zitten, dus wordt er iemand op uit gestuurd. Wim wordt op een kantoorstoel gezet, vier medewerkers snellen toe en Wim krijgt een telefoon in de hand gedrukt. Aan de andere kant is een dokter, die vraagt of hij kan helpen en wat er aan de hand is. De arts wil graag helpen, praat over desinfectie en blijft herhalen dat het serieus is. Wim legt uit dat het een oude wond is, dat hij niet is gevallen en dus weinig kans op infectie heeft en er wordt al betadine op gedaan. Liesbeth komt erbij als de pleisters worden geplakt en voor de fotosessie. Voor een betere doorbloeding krijgt hij Turkse koffie.
We vertrekken en stoppen bij een waterval in het dorpje Susuk. Het is een mooie rustpauze voor we naar de grens met Georgië gaan. We komen in ruiger gebergte als we van de hoofdweg af zijn, een prachtige omgeving en diepe dalen. Uiteindelijk rijden we langs de rivier en slingeren naar de grens.
De passage aan Turkse kant leidt tot verwarring. Alleen de bestuurder mag met de auto bij loket 1 tot en met 3. De bijrijders moeten apart via een andere douanecontrole. We slagen uiteindelijk redelijk snel bij de passages tot Wim bij de Douane komt waar het kenteken en de tol wordt gecheckt. De beambte meldt dat er nog 179 tL moet worden betaald. Wim zegt dat hij dat heeft betaald bij de PTT in Istanbul. De beambte reageert niet begrijpend, tikt op zijn scherm en handelt een ander af. Tsja, zo gaat dat. Wim zegt nogmaals PTT, maar het eind van het liedje is dat hij betaalt. Het gaat om 6 Euro en daar kun je beter niet moeilijk over doen. Het systeem van de HGS tolvignetten en de betalingen bij PTT zijn dus niet gesynchroniseerd. Na deze kleine hobbel kan Wim Liesbeth weer meenemen.
Aan Georgische kant gaat het eenvoudiger, maar daar is wel een norse beambte die Wim helpt en Liesbeth ‘over het hoofd’ ziet. Dat is even ‘stoom uit de oren’. De auto wordt compleet gecontroleerd en goed bevonden. Bij de naastgelegen benzinepomp is de eigenaresse goed voor de simkaart, de echtgenoot tevens pompbediende voor het Georgisch geld en in een apart loketje een medewerkster voor de autoverzekering. Kleinschalige neringdoenden.
Het landschap in Georgië is gelijk aan dat aan de Turkse kant. We hebben gekozen voor een camping bij een hotel, waar we in de tuin kunnen staan. We (maar eigenlijk vooral ‘Elizabeth’) worden door eigenaar Kala zo verwend met baksels, een flesje eigen gemaakte witte wijn en ’s avonds vlees van de BBQ dat we er langer blijven staan om de reisverhalen van Turkije af te maken en daarna door te gaan naar Armenië.
3 Reacties
-
Ria Olijslager:26 juni 2025Kijk...daar heeft de medische staf nog alle tijd voor je! Dank weer voor jullie fantastische belevenissen! Vol goede moed verder...
-
Wil Buscop:27 juni 2025Super mooi!
-
Jo Huijsman:29 juni 2025En weer een stap verder en een ‘nieuw’ land met nieuwe uitdagingen.




































