naar de mooiste duinen van Marokko
9 januari 2026 - Mhamid, Marokko
Na twee dagen stevige wind met veel rond geblazen zand is het op de dag van Driekoningen zonnig en bijna windstil. Een ideaal moment om dieper de woestijn in te gaan. We hebben al het aanbod om Erg Chegaga en Lac Iriqi te bezoeken, wat de meesten hier doen, maar dat slaan we af. We willen de meer ongerepte woestijn in richting de Algerijnse grens en aan de zuidkant van de Erg Chegaga. (Erg betekent duin). Langs de Algerijnse grens aan de zuidkant van de Draa rivier ligt zo’n gebied: Erg Azahar. In Marokko ook aangeduid als Erg Zahar. Met de campingbaas overleggen we. Ahmed die we kennen van vorig jaren zal ons met een 4x4 het gebied laten zien. We zullen de mooiste duinen van Marokko zien, wordt gezegd. Je weet maar nooit of dat uitkomt. We hebben er redelijk hoge verwachtingen van.
Zodra we Mhamid achter ons hebben komen we snel bij de strook niemandsland, de ‘zone militaire’ met Algerije. We rijden over een groot plateau aan de zuidkant van de Draa. Op de achtergrond steeds de bergen van Chegaga (richting noorden) en de zwarte bergen (op de grens). De hoofdpiste wordt bewegwijzerd met gestapelde witgeschilderde autobandenEen variant op de ANWB paddenstoelen.
De woestijn is af en toe onverwacht licht begroeid met een kleine eetbare struik met gele bloempjes. De sporen van de regen zie je alleen nog terug door een lichte sliblaag. Het zand mengt zich met leem, stuift op, vormt kleine duinrichels, de hardere lemen grond vormt een soort terpen in het landschap, waarop door de leemhoudende grond Tamarisken en Acacia kunnen vechten voor hun behoud. In het woestijnzand is er door de grote droogte geen overleven aan. We zien grote vlakten met dode struiken. De door water verslibde bovenlaag vormt door de felle zon een breekbaar en broos craquelé van leemkorst. Waar geen craquelé is, breekt de aardkorst open. De zandrichels worden door de wind dagelijks veranderd van vorm. Alles is hier overgeleverd aan de grillen van de natuur. Ook de mens. Er is op dit plateau maar een enkele plek waar een herder met een paar geiten overleeft. Vogels en andere dieren zien we nauwelijks.
Dat was 7000 jaar geleden anders. De Draa was toen nog een grote stromende rivier. In het gebied waar we vandaag komen waren veel plekken met een oase. Goederen en granen werden met kamelen langs deze route naar Tan Tan gebracht, waar de Draa uitmondde in de oceaan. En waar bootjes klaar lagen om de goederen langs de kust te vervoeren. Het is niet bekend hoe lang dit heeft kunnen doorgaan.
Er is een legende dat hier vroeger reuzen gewoond hebben. Dat geloof vatte post doordat midden in de nu kale en zanderige woestijn de resten zijn van een marabout (een heilig graf). Vanwege de grote afmetingen ontstond het verhaal over de reuzen als vanzelf. Sidi Naji is de heilige en ook de naam van de heilige plek. De tombe werd uit eerbied niet betreden, maar het bewijs is overduidelijk dat dit al lange tijd niet meer wordt gerespecteerd. Er is een nieuwe muur omheen getrokken. Sidi Naji is nog steeds voor berbers en nomaden een bedevaartsplek. Op de nieuw opgetrokken muur worden als offer stenen en andere voorwerpen geplaatst. Bij de marabout was een grote ksar, een ommuurde stad. Op een paar grote ruïne blokken na heeft het zand de ksar in bezit genomen. Maar (marabout) Sidi Naji leeft nog steeds voort en staat fier overeind.
Nog langer geleden was hier de zee. Het bewijs daarvoor is door de regen van een paar maanden geleden weer duidelijk herkenbaar. Ahmed weet als een van de weinigen precies de plek. In de grijze granieten rots zijn de trilobieten als fossielen daarvan het bewijs. Dan gaan we minstens 250 miljoen jaar terug in de tijd.
In de verte zien we goudgele duinen. Het beeld wat we hebben van de duinen van Merzouga komt in onze herinnering. Maar het gebied is groter en hoger. En het blijkt ook niet te worden beheerst door 4x4 en motorrijders die in Merzouga het beeld bepalen en in onze ogen verstoren. Dit is Erg Zahar, het duin dat ongerept is gebleven. Met trots vertelt onze gids dat dit met 255m en een piramidale vorm de hoogste duinengroepen van Marokko is. We hebben helaas weinig foto's. Dan hadden we echt het duin in moeten gaan. We hebben nog herkansing.
Aan de voet van het duin is een bescheiden bivak van Cheikh, die ons met thee verwelkomt. Scarabee maken microscopische sporen in het warme zand. Liesbeth probeert een duin te ‘nemen’ maar maakt een buiklanding in de bovenrand van het mulle zand. Het is hier scarabee stil.
Schijn bedriegt, want als de wind een beetje aanwakkert wordt Erg Zahar een Erg Urle, een duin wat met een bromtoon zingt door de combinatie van wind, goede omstandigheden, glooiing en zand. In een legende onder nomaden gaat het verhaal rond dat onder deze duinengroep een stad begraven is waarvan de bewoners door de wind hun stem laten horen. Nomaden zeggen dan ook dat ‘de voorouders hier spreken’. In dit gebied zien we voor het eerst een aantal dromedarissen die als lastdier bagage dragen van woestijngangers die met een gids door dit gebied trekken.
Het plateau loopt door maar wordt onderbroken door de diepliggende droge Draa.
Aan de begroeiing is duidelijk te zien dat er nog steeds water is. We komen bij oase Essmar waar we een lunch zullen krijgen. Het is een bijzondere plek in hartje woestijn. Dat blijkt niet alleen uit de aankleding van de ‘lunchroom’, maar ook uit de bonte verzameling skeletten, botjes, schelpen; de kleurrijke vazen en kleden; de rondwoningen voor gasten en de immense eigen tuin waar de groenten voor eigen en gastengebruik worden verbouwd. Gastvrij, vriendelijk en een uitstekende keuken. We laten ons verwennen.
We besluiten Erg Chegaga niet in te gaan. We willen langs de zuidrand terug richting Mhamid. Voor het eerst zien we, sinds we in Marokko zijn, een grote kudde dromedarissen. Meer dan 40 met een aantal jongen. Dromedarissen zijn massaal verdwenen sinds de woestijn verdroogt. Geen eten meer voor de beesten. Nomaden hebben massaal hun kudden moeten verkopen. De koning heeft om dezelfde reden voor de laatste ramadan al gevraagd minder schapen te slachten. Mhamid heet officieel Mhamid el Ghizlane, vlakte van de gazellen. Ahmed deed zijn best gazellen te ‘sporen’, maar ook die dieren zijn grotendeels verdwenen. Wij zagen er geen. Verwoestijning is een ramp voor mens en dier; dat blijkt hier overduidelijk.
Voor we terug zijn in Mhamid na een hevige hobbeltocht, alsof we soms op een kameel leken te zitten, stoppen we bij een imker.
Middenin de droge woestijn, op een plek waar bijen uit de kleine gele bloempjes daghmous (nu) en de acacia (in de zomer) honing produceren. Een groot aantal kasten worden al in januari druk bezocht. We krijgen een demonstratie hoe met een moderne aluminium ketel en oude honingraten honing wordt geslingerd. Dat gaat niet helemaal goed, de dode bijen die mee geslingerd zijn moeten nog uit de honing worden gelepeld. We kopen een potje zuivere daghmous honing. Het heeft een lekkere bijzondere smaak.
Om het zand van de woestijn kwijt te raken nemen we een warme douche. Maar het onvergetelijke van deze prachtige tour is niet meer weg te spoelen. Onze verwachtingen zijn ver overtroffen.












































Genieten.